|
Kinderen maken thematafels OUDEWATER - In Oudewater richtten twee schoolkinderen op eigen houtje thematafels in voor Koningsdag en Bevrijdingsdag. Met goed resultaat! “Woensdag 15 april kwamen deze twee kanjers tijdens het Roefelen bij ons in Wereldwinkel Oudewater”, vertelt Marga Smits, secretaris van de wereldwinkel. “Roefelen is een evenement voor basisschoolleerlingen, waarbij de kinderen een kijkje achter de schermen nemen bij winkels en bedrijven. Ze mochten bij ons twee tafels opbouwen met het thema Koningsdag en Bevrijdingsdag. Daarvoor mochten ze naar hartenlust rondscharrelen in de winkel waar duizend-en-één kleine cadeautjes te vinden zijn. Ze mochten alles uit de kasten, lades en vitrines gebruiken onder het toeziend oog van Hannie, de dienstdoende medewerker! Toen de thematafels klaar waren (zelfs Willem-Alexander en Maxima staan erbij), mochten Karen en Nout allebei een cadeautje uitzoeken en zelf inpakken. Hannie leerde hen een strik te maken van het lint om het cadeautje. Ook plakten ze er een sticker op: keuze uit diverse kleuren! De foto laat het prachtige resultaat zien! Bedankt Karen en Nout!
Foto: Wereldwinkel Oudewater
Paasactie: haas krijgt een naam DOETINCHEM - Klanten van Wereldwinkel Doetinchem kregen vier weken de tijd om een naam bedenken voor deze grote vilten haas van Sjaal met Verhaal. Vrijdag 3 april kozen enkele medewerkers uit de vele inzendingen de leukste. De nieuwe naam waarmee de haas van Wereldwinkel Doetinchem nu verder door het leven gaat is: KLAASJE. De reden van de keuze: de naam is een echte ‘oer-Hollandse’ naam, passend bij deze haas. Winnaar is geworden de 6-jarige Kate, zij heeft inmiddels de prijs -een mini-uitgave- overhandigd gekregen.
Foto: Wereldwinkel Doetinchem
Feestmaand april VELP - Wereldwinkel Velp bestaat een kwart eeuw en viert deze mijlpaal met diverse activiteiten in april. Tijdens de jubileummaand zijn er activiteiten zoals een wedstrijd om het gewicht van een beeld te raden en een loterij. De opbrengst van de loterij wordt gebruikt voor een transportscooter voor Evans, een jonge ondernemer in Ghana die manden vervoert voor 200 weefsters. Het jubileum wordt 23 april afgesloten met een receptie voor relaties en (oud-)collega’s.
Kraam voor de marathon ROTTERDAM – Wereldwinkel Rotterdam Centrum haakte slim in op de marathon van Rotterdam met een speciaal kraampje tijdens het grote hardloopevenement. In de kraam waren water-flessen en bloemen voor de lopers te koop.
Foto: Wereldwinkel Rotterdam Centrum
Europese zonnepanelen in Noord-Afrika: de schaduwzijde INTERNATIONAAL - Europa wil af van fossiele brandstoffen en zoekt koortsachtig naar nieuwe bronnen van groene energie. Die zoektocht leidt niet alleen tot windparken en zonnepanelen binnen de EU, maar ook tot grootschalige investeringen buiten de Europese grenzen, bijvoorbeeld in Noord-Afrika. Volgens Frans A. van der Loo schuilt achter deze groene ambitie echter ook een schaduwzijde. Hoe duurzaam is een energiebeleid dat afhankelijk wordt van landen waar mensenrechten onder druk staan en die zelf kampen met energiegebrek? En hoe kijken lokale gemeenschappen naar de rol van Europa? Dreigt hier een nieuwe vorm van neokolonialisme? Lees hier het artikel van Vice Versa Online via deze link.
COLUMN OVER ONZE WERELD VAN HOOP, STRIJD EN GLORIE
Opheffers – ontwikkelingswerk tussen 1945 en 1963 column (220) van Hans Beerends |
Boeken over ontwikkelingssamenwerking die ik las, en zelf schreef ik er ook een paar, beschrijven het beleid, de pleidooien en de tegenstanders die in de publiciteit een rol spelen. Namen als onder meer Pater Simon Jelsma, Piet Reckman, professor Tinbergen en Bolkestein. In het boek ‘Opheffers’ van Wim van den Doel zijn deze mensen marginaal en wordt er vooral aandacht besteed aan de mensen die niet in de etalage staan maar achter de schermen het voorwerk doen als ambtenaar, vakman, ontwikkelingswerker, wetenschapper en onderwijzer. Op zich is dat boeiend en leerzaam, want het beleid van ministers is meestal gebaseerd op voorontwerpen van ambtenaren en/of ervaring van mensen in het veld. Vanuit welke motivatie komt zo’n ambtenaar tot een voorontwerp, moet hij of zij bij de minister aandringen of wordt hij verzocht zijn voorontwerp te herschrijven? Kortom waar wordt beleid geboren en hoe groeit het?
Van den Doel heeft met name het ontwikkelingswerk beschreven tussen 1945 en 1963, en grotendeels gericht op onze laatste koloniën: Suriname en Nieuw-Guinea. Het tweede wat opvalt, is dat de beschreven ontwikkelingswerkers zeer gedreven zijn in het opzetten en ontwikkelen van projecten ten behoeve van de inheemse bevolking. Men werkt vanuit het idee dat de bevolking rijp gemaakt moet worden zelfstandig te worden. Het klinkt paternalistisch maar deze werkers menen het ook. De gedachte is er niet ter rechtvaardiging voor een langer koloniaal beheer, zoals voorstanders van het kolonialisme in Nederlands-Indië wel gebruikten.
Neem Egbert de Vries, domineeszoon en ambtenaar/ontwikkelingswerker in Indonesië. Hij behoorde tot de Nederlanders die al in de jaren ’30 vonden dat het doel van het koloniale beleid een zelfstandig Indonesië moest zijn. Nederland, aldus De Vries, had een belangrijke taak te vervullen voor de toekomst van een land wat geconfronteerd zou worden met een individualistische, kapitalistische, seculaire, westerse wereld. De Vries werd overvallen door de Japanse inval, kwam in een concentratiekamp en moest na 1945 ervaren hoe de Nederlandse regering vasthield aan haar koloniaal beleid.
Ook in Suriname waren er ontwikkelingswerkers/ambtenaren die gericht waren op de verzelfstandiging van de kolonie. Zo schreef Jan Buiskool in zijn ‘Suriname nu en straks’ dat Nederland een schuld had in te lossen. Er was een bedrag van minstens een half miljard gulden nodig om Suriname te kunnen ontwikkelen. Van den Doel noemt acht Nederlanders die in deze jaren actief waren en al deze mensen werkten voor het heil van de inheemse bevolking en gericht op zelfstandigheid.
Ten aanzien van Suriname waren er niet veel Nederlanders die per se tegen onafhankelijkheid waren, althans ik ken ze niet. Met in haar herinnering de destructieve afloop van haar beleid in Indonesië was de Nederlandse regering nu zo verstandig van Suriname een semionafhankelijke staat te maken in het zogeheten statuut in 1954. Dit leidde tot tijdelijk tevredenheid maar naarmate Suriname zich economisch en cultureel ontwikkelde, nam ook het verlangen naar totale onafhankelijkheid toe. Althans, het was de leider van de creoolse partij Arron, die hiervoor een politieke strijd voerde. Hierbij werd hij tegengewerkt door de leider van de Hindoepartij Lachmon. Lachmon, door zijn tegenstanders spottend Lachmon van Oranje genoemd, was bang voor etnische conflicten na de onafhankelijkheid. Die vrees bleek ongegrond en in 1975 werd Suriname onafhankelijk, vreugde alom.
Heel anders ging het eraan toe in Nieuw-Guinea. Ook daar waren ontwikkelingswerkers en ambtenaren die werkten in het belang van de inheemse bevolking. Ik noem Jan van Eechoud die stelde ‘onze primaire taak is de culturele en materiële opheffing van den bewoner. Nederland moet de Papoea voorbereiden op de onvermijdelijke intrede in de moderne maatschappij’.
Nou was Nieuw-Guinea een land met een zeer primitieve bevolking die ook nog eens geplaagd werd door diverse besmettelijke ziektes. Als Van Eechoud en anderen over onafhankelijkheid dachten, was dat zeker niet op de korte termijn. Eerst moest er een gezonde samenleving ontstaan. Het land in een staat laten van ziekte en ellende, zo zei Van Eechoud, zou een misdaad zijn. Ook ontwikkelingswerker Van Waardenburg sprak zich in die geest uit. De instelling van ons beleid, aldus Van Waardenburg, is onethisch.
Jammer genoeg konden zij hun intenties niet waarmaken. Indonesië onder Soeharto eiste Nieuw-Guinea op en na wat militair geweld en onder druk van de VS droeg Nederland in 1962 haar laatste kolonie over aan Indonesië. De Papoea’s gingen er daarmee niet op vooruit. Soeharto had na de overdracht Javanen opgeroepen zich in Nieuw-Guinea te vestigen want daar was vrij c.q. goedkoop land. Nou, dat hebben de Papoea’s geweten. Binnen no-time werd de hele economie grotendeels door Javanen beheerst. Ik was daar in 1993 en op de grote markt in Hollandia zag je alleen maar Javaanse kooplieden. Helemaal aan de zijkant werden er een paar Papoea’s gedoogd. De bevolking was primitief en is nog steeds primitief. Ik heb de foto’s in het boek Opheffers vergeleken met de foto die ik in 1993 nam en je ziet geen verschil. Gezien deze situatie heb ik niet het idee dat de Indonesische regering veel doet aan de ontwikkeling van de inheemse bevolking.
 Ondertussen hebben veel ontwikkelingslanden met of zonder hulp zich economisch sterk ontwikkeld. Nog een laatste opmerking over het boek. Het zou mooi zijn als Van den Doel een soortgelijk boek zou schrijven over hoe het werk van die vele ambtenaren die tussen 1962 en heden het voorwerk verrichten. Voor al die mensen die belangstelling hebben voor ontwikkelingssamenwerking zou dit een aanvulling kunnen zijn op hun informatie en daarbij in hun inzicht. Ik zou zeggen, succes daarmee.
Opheffers, Nederlanders en het ontwikkelen van de wereld. 1945-1963 Wim van den Doel Uitgeverij Prometheus 2026
Foto: Uitgeverij Prometheus
Hans Beerends
--------------- // ----------------
Deze nieuwsbrief is een uitgave van Wereldwinkels Nederland Copy voor deze nieuwsbrief aanleveren via:
21 april 2026 |