Je bent niet ingelogd. De nieuwsbrief bevat mogelijk gebruikersinformatie, dus deze wordt mogelijk niet correct weergegeven.

Algemene Nieuwsbrief Wereldwinkels Nederland nr 254

Algemene Nieuwsbrief Wereldwinkels Nederland nr 254
 
header van nieuwsbrief
 

Algemene Nieuwsbrief Wereldwinkels Nederland nr. 254

 

Belangrijke samenwerking
NEDERLAND - Er zijn in Nederland 176 wereldwinkels. Een deel daarvan, 79 wereldwinkels, zijn deelnemer bij Wereldwinkels Nederland. Een ander deel, 25 wereldwinkels, is aangesloten bij Wereldwinkel.Nu. Deze twee organisaties gaan intensiever samenwerken. Daarvoor is een wereldwinkel verbindingsgroep opgericht. Deze heeft een bericht aan alle wereldwinkels in Nederland gestuurd.
De verbindingsgroep verwijst in het bericht naar de oorsprong van wereldwinkels: 
“Oneerlijke afspraken over wereldhandel in 1969 waren reden om Wereldwinkels op te richten. Het huidige afbreken van ontwikkelingssamenwerking doet sterk denken aan dat verlangen naar een rechtvaardige wereld en vraagt om actieve wereldwinkels die hun boodschap vertellen om in Nederland, jong en oud, te betrekken bij het creëren van een betere wereld. “
De verbindingsgroep gaat in het gezamenlijke bericht aan alle wereldwinkels ook in op voorgenomen activiteiten: “We onderzoeken projecten zoals: het uitgeven van een Wereldwinkel glossy, een landelijke Wereldwinkel inspirator en het opzetten van podcast reclame. Het deelnemen aan de Impact Fair op 3,4 en 5 april in de Jaarbeurs in Utrecht is daarbij al een heel concreet voorbeeld van de synergie die we zoeken. Hier zullen we ons gezamenlijk profileren.”

Het gezamenlijke bericht gaat ook naar de niet bij de organisaties aangesloten wereldwinkels, met de oproep zich te melden om mee te gaan doen.

Tafel met vele complimentenMet complimenten strooien
WOERDEN – Wereldwinkel Woerden had een leuke activiteit bedacht voor de vrijwilligersbijeenkomst van vrijdag 14 februari. Samen eten en kletsen bij eetcafé Plein 7 was het belangrijkste onderdeel van de avond, maar de organisatie had ook kaarten klaargelegd voor elke vrijwilliger. Iedereen schreef gedurende de avond een compliment voor zijn/haar collega’s op de kaarten. Zo ging iedereen aan het einde van de avond met een kaart vol complimenten naar huis. De activiteit sloot mooi aan bij Nationale Complimentendag op zaterdag 1 maart. Die dag konden ook klanten van de wereldwinkel een compliment verwachten.

Foto: Wereldwinkel Woerden



35 jaar in Nijmegen

NIJMEGEN – In Nijmegen viert de wereldwinkel haar 35-jarig jubileum. Op 8 maart 1990 begon het allemaal in een kiosk in winkelcentrum Meijhorst in Nijmegen Dukenburg. Tegenwoordig is Wereldwinkel Nijmegen een vertrouwd gezicht midden in het stadscentrum aan de Lange Hezelstraat. De wereldwinkel is daar zes dagen in de week geopend en eens per maand ook op zondag. Het jubileumfeest wordt op 8 maart, wat ook Internationale Vrouwendag is, gevierd met extra aandacht voor producten gemaakt door vrouwen, zoals Mix Blik en Sjaal met Verhaal. Klanten krijgen die dag 20% korting op deze producten. Daarnaast kan iedere betalende klant in de winkel vanaf 3 maart zijn of haar contactgegevens achterlaten. Op 8 maart worden aan het eind van de dag drie namen getrokken van mensen die verrast worden met een productenpakket uit de winkel.

Inspiratie van Wereldwinkel Lochem
LOCHEM – Het gaat goed met Wereldwinkel Lochem. Voorzitter Anton Vlaanderen deelt graag het een en ander over de interne organisatie omdat hij denkt dat andere wereldwinkels daar misschien wat aan kunnen hebben. Hieronder het verhaal van Anton:

In Lochem hebben we al jaren een goed draaiende wereldwinkel. Dat komt wellicht doordat Lochem altijd veel toeristen ontvangt die in onze doelgroep passen. En wellicht ook omdat wij in een mooi pand zitten met mooie, grote etalages. Maar het komt óók doordat wij een goed draaiende organisatie hebben.

In Wereldwinkel Lochem is in de loop der jaren een stevige organisatie ontstaan, die goed loopt. Wellicht zijn onderstaande punten ook voor andere wereldwinkels een bron van inspiratie.

  • Wereldwinkel Lochem werkt met 27 vrijwilligers. Er is steeds nieuwe aanwas van vrijwilligers, spontaan, of naar aanleiding van artikeltjes in het lokale blad, of als reactie op de doorlopende vacature in het lokale vrijwilligersplatform.
  • Zo’n 20 vrijwilligers helpen in de winkel. Ongeveer 15 daarvan nemen ook deeltaken op zich via zes werkgroepen (inkoop, etaleer/presenteer, PR, activiteiten, medewerkerszaken en huishoudelijke zaken).
  • Elke werkgroep heeft één vertegenwoordiger in de kerngroep. De kerngroep stemt taken met elkaar af en komt daarvoor eens per maand bij elkaar.
  • Daarnaast zijn er één of twee coördinatoren die snel kunnen inspelen op allerlei zaken, een
    luisterend oor bieden en die de kerngroep leiden.
  • Sommige vrijwilligers staan niet in de winkel: één doet de administratie, één is vertrouwenspersoon, twee doen reparaties en klussen, drie doen bestuurstaken.
  • Bestuur en medewerkers vergaderen eens per twee maanden. Eén vrijwilligster notuleert
    daarbij.

De sfeer onder de vrijwilligers is over het algemeen goed, de cultuur van de Wereldwinkel Lochem wordt ervaren als een warm bad. Eens per jaar voeren de coördinatoren gesprekken met alle vrijwilligers om te horen welke wensen er leven. Nieuwe vrijwilligers die zich melden krijgen eerst een intakegesprek. Als dat wederzijds goed klikt, lopen ze een paar keer mee. Als beide kanten dan graag met elkaar verder willen, dan krijgen de vrijwilligers een overeenkomst, worden ze ingepland en krijgen ze een sleutel van het pand. De vrijwilligers werken meestal een (vaak vast) dagdeel in de winkel. Over het algemeen staan er twee vrijwilligers tegelijk in de winkel. De vrijwilligers proberen zich bescheiden op te stellen in de winkel en de klant de ruimte te geven om rond te kijken.

De werkgroepen en coördinatoren regelen vrijwel alle zaken. Dus ook het assortiment en de
verkoopprijzen, aandacht voor het fair trade imago en voor de verhalen achter de producten, de
uitstraling van de winkel, deelname aan en voorbereiding van evenementen. Dat loopt prima, door de goede onderlinge sfeer en de frequente afstemming. Inkoop en presentatie zijn voor ons belangrijk. Wat helpt is dat we een mooi pand hebben met grote winkelramen. Het bestuur staat op enige afstand van de winkelzaken, bewaakt de continuïteit en de financiën en onderhoudt de contacten naar buiten (verhuurder, lokale ondernemingsvereniging, gemeente, Wereldkassa).

Modeshow met eerlijke kleding
MEPPEL – Een modeshow met eerlijke kleding is onderdeel van het feest dat zaterdag 8 maart in Meppel wordt gehouden vanwege het 15-jarige jubileum van Fairtrade Gemeente Meppel. Verder staat er bij de viering in de Mariakerk een proeverij en spelactiviteiten rondom fair trade op het programma. Wereldwinkel Meppel zorgt reeds 35 jaar voor een mooi assortiment met fair trade producten in Meppel.

Poster met aankondiging verhuizingVerhuizing in Assen
ASSEN – Er komt een drukte tijd aan voor Wereldwinkel Assen! De winkel gaat verhuizen. Op 1 april (en dat is geen grap) wordt de nieuwe winkel geopend aan de Gedempte Singel 5. De huidige winkel aan de Rolderstraat sluit op 22 maart. De komende tijd zijn de vrijwilligers druk met inpakken en met het inrichten van het nieuwe pand.

Foto: Wereldwinkel Assen


Het doek valt
NIEUWERKERK AAN DEN IJSSEL – Helaas valt het doek voor de wereldwinkel in Nieuwerkerk aan den IJssel. De winkel kampt al langer met een tekort aan omzet. “Vele ideeën zijn geopperd om de winkel in een of andere vorm open te houden. Er zat helaas geen gouden tip/oplossing bij”, meldt het bestuur. “Met het zeker weten alles te hebben geprobeerd, laten we u weten dat de komende maanden worden gebruikt om de winkel leeg te verkopen. Daar horen kortingsacties bij. Uiteindelijk zal 31 mei 2025 de laatste verkoopdag zijn.”


COLUMN OVER ONZE WERELD VAN HOOP, STRIJD EN GLORIE

Van gulle gever tot grote graaier
column (192) van Hans Beerends

Op ontwikkelingshulp wordt door de huidige minister Klever (PVV) 3,9 miljard bezuinigd. Bovendien worden alleen nog maar projecten gefinancierd die het eigenbelang van de Nederlandse economie steunen. Hiermee wordt de hulp volledig uitgekleed en de laatste resten van humanitair beleid over boord gegooid.

Nou is de hulp altijd al een combinatie geweest van humanitair beleid en commerciële belangen. Dat begon al bij haar ontstaan begin jaren ‘60. In de jaren daarvoor ontstond in sociaaldemocratische en kerkelijke kringen een pleidooi voor hulp aan arme landen. Dat pleidooi kreeg pas handen en voeten nadat in 1962 de twee werkgeversorganisaties in een brief aan de regering vroegen om een fonds te scheppen voor de financiering van Nederlandse export naar landen met te weinig koopkracht. De middelen daartoe, zo schreven zij, moeten komen uit de algemene volkshuishouding. De vraag van de werkgevers leidde tot het Ministerie van Ontwikkelingshulp. Niet toevallig was een van de eerste ministers, minister Udink (1968-1971), in zijn vorige baan directeur van de Centrale Kamer van Handelsbevordering.

Overigens stonden de arme landen kritisch ten aanzien van de hulp. Op de UNCTAD bijeenkomst in 1968, waar arme en rijke landen bijeen kwamen voor overleg, riepen de arme landen direct ‘TRADE NOT AID!’. Wat zij wilden was toegang van hun producten tot de markt van Europa en de VS. Hier voelden de rijke landen niets voor, dus bleef over de hulp, hulp die zoals later bleek voor een groot deel ook weer gebruikt werd ter financiering van westerse ondernemingen en bevordering van export. (Die weigering van TRADE was de directe aanleiding voor het ontstaan van de wereldwinkels).

Ondertussen had Nobelprijswinnaar Professor Tinbergen op verzoek van de VN een rapport geschreven over op welke wijze er op afzienbare termijn een einde gemaakt kon worden aan de armoede in de ex-koloniën. De opzet was eenvoudig: hef de tariefmuren rond Europa en de VS op zodat arme landen hun producten kwijt konden op de westerse markten en gedoog enkele decennia dat arme landen tarief-muren konden opzetten zodat hun beginnende industrie de kans kreeg zich te ontwikkelen. En om dit geheel te bespoedigen, moesten rijke landen 0.7 % van hun BNP gebruiken voor ontwikkelingshulp. Deze resolutie -2626– werd door de algemene vergadering van de VN aanvaard zonder dat daar direct consequenties aan werden verbonden. Als compensatie voor de onwil van rijke landen had de VN nog een tweede resolutie, namelijk dat in elk rijk land een organisatie opgericht moest worden die de bevolking intensief zou informeren over de toestand in arme landen.

Voor Nederland werd dat de NCO (Nationale Commissie Voorlichting en Bewustwording Ontwikkelingssamenwerking). De NCO, opgericht in 1974, werd een grote commissie waarin een doorsnee van organisaties zitting had: werkgevers, vakbonden, kerkgenootschappen, vrouwen, jongeren, landbouworganisaties, universiteiten, de Novib en na enig aandringen de wereldwinkels maakten deel uit van de commissie. Voorzitter werd Prins Claus. De commissies kreeg 10 miljoen gulden en werd ingesteld voor drie jaar. Minister Udink, onder wie de NCO viel, wilde er een neutrale commissie van maken die ‘zich zou beperken tot het ontwikkelen van materiaal van niet controversiële aard’.

Het aardige was dat er geen commissie bestond die zoveel controversiële reacties opriep als deze NCO. Dat kwam met name tot uiting toen de NCO een boycotcampagne van het Angolacommittee financierde. Heel rechts Nederland was ontsteld. Volgens de Telegraaf hadden linkse figuren bewust die financiering mogelijk gemaakt om daarmee Prins Claus en het gehele koningshuis te ondermijnen. De subsidie ging echter gewoon door. Prins Claus trad af en Udink was van plan de NCO na de mandaatsperiode van drie jaar op te heffen. Voor dat die drie jaar om waren, viel echter het hele kabinet en Pronk werd de nieuwe minister. Met Pronk, regerend van 1973 tot 1977, kwam een ander soort minister aan het bewind. Pronk, leerling van Tinbergen, wilde echt iets doen voor de arme landen en hij stelde een aantal criteria op waaraan hulpontvangende landen moesten voldoen. Zo moest de regering van de ontvangende landen de intentie hebben gelden terecht te laten komen bij de armen. Verder wilde hij bevrijdingsbewegingen steunen en landen die zich net bevrijd hadden van hun kolonisator.

‘Linkse hobby’s’, reageerde de VVD. Pronk heeft veel emanciperende en armoebestrijdende projecten gesteund, maar kon onder druk van de VVD niet voorkomen dat een aantal door hem niet gewenste landen toch gepromoveerd werden tot concentratielanden. Onder meer Indonesië, maar ook Cuba, Mozambique en Vietnam (na vertrek van de VS) werden gesteund en hij was de eerste die het bedrag van de hulp opvoerde tot de internationaal afgesproken 0.7 % van het BNP. Ook zijn opvolger Jan de Koning (CDA 1978 -1981) volgde in grote lijnen het beleid van Pronk. Dat liep anders bij de volgende minister, de VVD’er mevrouw Eegje Schoo (1982-1986). Zij was de eerste minister die verklaarde dat ontwikkelingshulp óók het Nederlandse belang moest dienen. (Let op het woord ‘ook’. De huidige minister heeft het niet meer over ‘ook’ maar het totaal van de ‘hulp’ moet gekoppeld worden aan het Nederlands belang).

Op alle manieren heeft Schoo geprobeerd het bedrag van hulp terug te schroeven maar in het algemeen zonder succes. De krachten in de Tweede Kamer die achter de NCO stonden waren nog te sterk. Ook het CDA, die steeds meer het beleid van de VVD steunde, werd in dit geval tot de orde geroepen door de kerken. Ook de NCO zou volgens de minister moeten inkrimpen. Haar VVD had zich al lang geërgerd dat rond de 200 activisten bij een reeks landencommittees, bij de wereldwinkels (9 veldwerkers), bij de Novib en bij het kerkelijke IKVOS gefinancierd werden door de NCO. De minister bezuinigde hier en daar wat, probeerde de NCO onder haar gezag te brengen, maar door handig optreden van NCO voorzitter Roethof bereikte ze weinig. Wel werd een ambtenaar van haar ministerie aan het bestuur van de NCO toegevoegd met de specifieke opdracht na te gaan of het beleid van gesubsidieerde organisaties wel overeenkwam met het buitenlandse beleid van de regering.

Na Schoo kwamen er een aantal ministers O.S. die vaak kort bleven, weinig veranderden, en soms in de ogen van hun ambtenaren helemaal niets deden. Op minister Bukman bijvoorbeeld, de directe opvolger van Schoo, was zoveel ambtelijke kritiek dat zij een rapport opstelde namens ‘de werkvloer’ waarin ze klaagde over zijn non-beleid.

In 1989 kwam Pronk weer terug en hij bleef minister O.S tot 1998. Daarna werd hij nog een kabinetsperiode minister van Milieu. In zijn O.S periode schreef hij een paar lijvige beleidstukken waarin hij zijn humanitaire beleid verdedigde en zelfs kon aangeven dat een dergelijk beleid niet direct maar wel op de lange duur ook in het belang was van de Nederlandse economie inclusief de werkgevers. De VVD en in mindere mate ook het CDA bleven hem echter kritisch volgen. Dat kwam sterk naar buiten eind jaren ’90 rond de kwestie Oost Timor. De Indonesische dictator Soeharto wilde Oost Timor met geweld annexeren en Pronk waarschuwde hem dat in dat geval de Nederlandse hulp ophield. Soeharto was kwaad hierover, liet het er niet op aankomen, maar maakte zelf een eind aan de hulpsituatie. De Tweede Kamer was ontsteld. Hoewel Soeharto de hulp had beëindigd en niet Pronk kreeg de laatste wel de schuld. “Wat doet U nou, meneer Pronk”, zei CDA woordvoerder Jaap de Hoop Scheffer. “En wij hadden nog wel zo’n goede handelsbetrekking met Indonesië!”.

Pronk mocht nog wel aanblijven als minister, maar hij mocht zich niet meer bemoeien met dat land. Na Pronk komt nog een periode met Evelien Herfkens als minister die een redelijk sociaaldemocratisch beleid voert. In de nieuwe eeuw krijgt de VVD steeds meer greep op het O.S. beleid wat zich uit in bezuinigingen, het opheffen van de NCO en het nog meer gebruiken van hulpgelden voor commerciële doeleinden. Het beleid van minister Ploumen valt zwaar tegen. Zij was nota bene directeur van de katholieke medefinancieringsorganisatie Cordaid die zich altijd had verzet tegen vercommercialisering van het O.S. beleid en desondanks voerde ze klakkeloos het VVD beleid uit.

Als dan later de PVV in de regering komt en zelfs een minister van O.S. levert is het hek helemaal van de dam. O.S. is dan niet meer OOK in het belang van het Nederlandse economische belang maar dat is nu haar hoofdtaak. Het is schaamteloos beleid. Had de VVD nog een ideologische rechtvaardiging voor haar beleid – zij geloven namelijk dat alleen het westerse kapitalistische systeem met als uitvoeder het bedrijfsleven een eind kan maken aan de mondiale armoede- de PVV heeft geen behoefte aan welke ideologische rechtvaardiging dan ook. Voor haar is het gewoon het banale ‘eigen volk eerst’.

Volgende column maar eens kijken hoe we daar mee om kunnen gaan c.q. hoe we weer een humanitair O.S. beleid kunnen herinvoeren, zij het niet met dit kabinet maar in het volgende.

Hans Beerends 
 

--------------- // ----------------

Deze nieuwsbrief is een uitgave van Wereldwinkels Nederland
Copy voor deze nieuwsbrief aanleveren via:


9 maart 2025

 

Wereldwinkels Nederland
KvK 56006144
www.wereldwinkelsnederland.nl ,
 

Geen interesse meer in onze nieuwsbrief? Klik hier om uit te schrijven

Email built with AcyMailing